PvdA raadsvragen m.b.t. kansenongelijkheid – onderadvisering leerlingen groep 8

16 april 2021

Toelichting

 Zaterdag 10 april stond het volgende artikel in de Volkskrant: “Is kansenongelijkheid in het onderwijs dan tóch geen typisch stadsprobleem?”. Dit artikel stelt dat kinderen van ouders met een kleiner jaarinkomen het risico lopen een lager schooladvies te krijgen dan uit hun eindtoets kwam.
Nu blijkt dat zulke onderadvisering juist op het platteland vaker voorkomt.

In reactie hierop hebben wij de situatie bekeken voor onze gemeente op Kansenkaart:

Uit deze verkenning blijkt dat van alle leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Krimpenerwaard 10.9% een definitief schooladvies krijgt dat lager is dan het eindtoetsadvies. Verder blijkt dat van alle leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Krimpenerwaard en wiens ouders een hoog inkomen hebben, maar 7,6% een definitief schooladvies krijgt dat lager is dan het eindtoetsadvies.

Daarentegen blijkt dat van alle leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Krimpenerwaard en wiens ouders een laag inkomen hebben, 15.6% een definitief schooladvies krijgt dat lager is dan het eindtoetsadvies. Ter vergelijking, in Gouda krijgt minder dan de helft bij ons (7,5%) van de leerlingen wiens ouders een laag inkomen hebben een onderadvies.

In Ouderkerk aan den IJssel en Krimpen aan de Lek blijkt zelfs één op de drie kinderen wiens ouders een laag inkomen hebben, te worden ondergeadviseerd.

Uit de cijfers van Kansenkaart kan er dus gesteld worden dat kinderen van ouders met een laag inkomen in Krimpenerwaard ruim twee keer zo vaak worden ondergeadviseerd, dan kinderen wiens ouders een hoog inkomen hebben. Als je ouders een hoog inkomen hebben is de kans ook meer dan twee zo groot (20,6%) dat je VWO volgt, dan als je ouders een laag inkomen hebben (9%).

Dit bevestigt dat het fenomeen ook speelt in de Krimpenerwaard. Het fenomeen dat kinderen van ouders met een laag inkomen veel meer worden ondergeadviseerd dan kinderen van ouders met een hoog inkomen. Dit is een mechanisme dat de ongelijkheid in onze samenleving versterkt en zou naar onze mening aangepakt moeten worden.

 

Vragen:

  1. Over welke concrete informatie beschikt het college zelf omtrent onderadvisering in onze gemeente?
  2. Is het college bekend met de cijfers zoals ze op Kansenkaart worden gepresenteerd?
  3. Zo ja, is het college in gesprek met de verschillende schoolbesturen binnen Krimpenerwaard over dit fenomeen en over welke bijdrage de gemeente kan hebben om de situatie te verbeteren? Wat kan de rol van de gemeente zijn? Wat zijn de uitkomsten van de gesprekken?
  4. Zo nee, is het college bereid het gesprek hierover aan te gaan met de verschillende schoolbesturen om na te gaan hoe deze situatie ontstaat en of de gemeente kan bijdragen aan het voorkomen van (onevenredige) onderadvisering (van kinderen wiens ouders een laag inkomen hebben)? Hierbij de uitkomsten van de gesprekken terug te koppelen aan de raad.
  5. Kan het college een overzicht presenteren van alle basisscholen in Krimpenerwaard waarin te zien is hoeveel leerlingen elke school heeft ondergeadviseerd?
  6. Wat onderneemt het college in algemene zin om kansengelijkheid voor kinderen in onze gemeente te bevorderen?

 

Bronnen:

Kansenkaart. Geraadpleegd van: https://kansenkaart.nl

Volkskrant (2021). Geraadpleegd van: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/is-kansenongelijkheid-in-het-onderwijs-dan-toch-geen-typisch-stadsprobleem~be1c4135/